medisch

Epilepsie bij de hond

Epilepsie is een syndroom bij de hond, waarbij kortsluiting in de hersenen optreed. Het is een vervelende aandoening, die veel schrik geeft bij zowel de hond als het baasje. Er zijn verschillende oorzaken te benoemen. Het is belangrijk om na een epileptische aanval contact op te nemen met jouw dierenarts. Er zijn namelijk verschillende oorzaken die de aanval kunnen verklaren. Lees hier meer over de oorzaken, diagnose en behandeling van epilepsie bij de hond.

 

“Epilepsie bij de hond” is geschreven door Wietske Scholten

Wietske is al meer dan 5 jaar dierenarts voor gezelschapsdieren. Met veel passie en liefde heeft ze het leven van duizenden huisdieren verbeterd. Nu wil ze haar kennis graag delen met alle baasjes van Nederland, zodat het leven van hun hond, kat of konijn nog leuker en beter word. Eén van haar grote dromen is om over een paar jaar wilde dieren in Indonesië te gaan helpen.

Leestijd 10 minuten

Inleiding

Epilepsie komt voor bij ongeveer 0,5-1% van de honden in Nederland. De eerste epileptische aanval bij een hond is vaak beangstigend. De hond is hierbij niet meer aanspreekbaar, klappert met de kaken en toont tonisch-clonische krampen. Maar wist je dat er ook hele subtiele symptomen mogelijk zijn, zonder de klassieke symptomen van krampen? Lees hier meer over de verschillende soorten epilepsie en leer een epileptische aanval te herkennen.

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een aandoening bij de hond, waarbij sprake is van een verstoring van de elektrische activiteit van de hersenen. Kortweg ook wel kortsluiting in de bovenkamer genoemd. Het komt bij ongeveer 1-2% van de honden voor. Bij bepaalde rassen wordt epilepsie vaker gezien, zoals bij herders, dogachtigen en jachthonden. Hieronder vallen de Beagle, Border Collie, Duitse Herder, Labrador retriever, Golden retriever en de Bouvier.

Oorzaken van epilepsie?

De oorzaak van epilepsie is onder te verdelen in drie groepen:

Idiopathisch epilepsie

Deze vorm wordt ook wel primaire epilepsie genoemd. Het treedt op tussen een leeftijd van een 6 maanden en 5 jaar. Het betreft hoogstwaarschijnlijk een erfelijke achtergrond. Deze diagnose mag pas worden gesteld als de andere oorzaken zijn uitgesloten.

Structurele epilepsie

Deze vorm wordt ook wel secundaire epilepsie genoemd. Hierbij is sprake van een afwijking van de hersenen. Voorbeelden zijn een waterhoofd, stapelingsziekte, hersenbloeding, trauma (aanrijding), ontsteking van de hersenen/vliezen of hersenkanker.

Reactieve epilepsie

Hierbij zorgen afwijkende bloedwaarden voor het ontstaan van een epileptische aanval. Afvalstoffen worden hierbij onvoldoende uitgescheiden en bereiken op een gegeven moment de hersenen. Deze stoffen zijn giftig voor de hersenen. Denk hierbij aan een levershunt, nierfalen, laag suiker of calcium, vergiftigingen of hittebevangenheid.

Symptomen

Er zijn verschillende uitingsvormen bij epilepsie. Dit wordt onder verdeeld in drie groepen:

  • Gegeneraliseerde toeval
  • Focale toeval
  • Atypische focale toeval

Gegeneraliseerde toeval

Dit is de bekendste vorm van epilepsie. Het uit zich door plotseling verlies van bewustzijn, verstijving van het lichaam en schokkerige bewegingen/krampen (tonisch-clonische krampen). Er is vaak sprake van klappertanden met speeksel uit de bek. Op dit moment is het ook mogelijk dat de hond de urine laat lopen. De uren voor een gegeneraliseerde toeval wordt ook wel prodromi & aura genoemd. In deze periode valt rusteloosheid of aanhankelijkheid op. Vervolgens vindt de aanval plaats. De aanval zelf duurt meestal 1-5 minuten. De periode na de aanval heet de post-ictale fase. In deze fase is sprake van verwardheid en sloomheid. Soms valt een toegenomen eetlust op. Daarnaast is de hond vaak gedesoriënteerd en hoort of ziet de hond minder.

Fasen van epilepsie bij de hond

Figuur 1: Er zijn vier fasen bij een gegeneraliseerde aanval.

Focale toeval

Bij dit type toeval zie je trillingen/krampen van de ogen, lippen, poten of oren. De hond verliest niet het bewustzijn. Een focale toeval is in sommige gevallen het voorstadium van een gegeneraliseerde toeval.

Atypische focale toeval

De laatste vorm waarop epilepsie zich uit is de atypische vorm. Hierbij vertoont het dier geen krampen, maar wel vreemd gedrag. Zo maakt de hond happende bewegingen in de lucht (zogenaamde ‘vliegen vangen’) of jagen ze achter hun eigen staart.

Er zijn een aantal aandoeningen die erg lijken op een epileptische aanval. Voorbeelden zijn een flauwte (tijdelijk zuurstofgebrek), acute pijnscheuten, bewegingsstoornissen of gedragsproblemen. Het maken van een filmpje op het moment van optreden is voor de dierenarts van grote toegevoegde waarde.

Bij een langdurige epileptische aanval stijgt de lichaamstemperatuur en neemt de behoefte aan zuurstof toe. Een lichaamstemperatuur boven 41°C is levensbedreigend. Ga in dit geval direct naar de dierenarts. Bij langdurig zuurstoftekort ontstaat onomkeerbare hersenbeschadiging.

Diagnose stellen

De dierenarts onderzoekt de hond uitvoerig. De leeftijd, het ras en het moment van de eerste aanval spelen hierbij een belangrijke rol. Na het lichamelijk onderzoek wordt een bloedonderzoek verricht. Het bloedonderzoek is erop gericht om de zogenaamde ‘reactieve epilepsie’ uit te sluiten. Afhankelijk van de bloeduitslag wordt indien nodig een MRI- of CT-scan geadviseerd. Indien nodig adviseert de dierenarts een punctie van het hersenvocht. Hierbij analyseert de dierenarts het vocht op infectieuze aandoeningen. Bij rassen zoals de Lagotto Romagnolo en de Boerboel zijn specifieke DNA-testen beschikbaar.

Behandeling 

Er zijn een aantal factoren van belang voordat er wordt gestart met medicatie. Dit hangt af van:

  • Leeftijd van de hond
  • Ras
  • Type aanval
  • Onderliggende oorzaak
  • Verloop in de tijd
  • Aantal aanvallen

De dierenarts bepaald op basis van de bovenstaande factoren of de behandeling moet worden gestart. In sommige gevallen is er sprake van een eenmalige aanval. In dit geval is het niet nodig om een behandeling te starten. Bij meerdere aanvallen is dit wel verstandig, aangezien epilepsie niet vanzelf over gaat. De behandeling bestaat uit verschillende medicijnen. De meest gebruikte anti-epileptica zijn: fenobarbital (Phenoral®), Imepitoïne (Pexion®) en Diazepam (Diazepam / Stesolid rectiole®, Valium®).

Fenobarbital (Phenoral®)

Deze tabletten dien je 2x daags toe. Dit medicijn werkt op zijn vroegst na twee weken en is bij ruim de helft van de honden effectief. De juiste dosering wordt bepaald met behulp aan de hand van de serumspiegel van fenobarbital in het bloed. Er wordt gestart met een bepaalde dosering en op geleidde van de bloeduitslagen wordt de dosering vervolgens aangepast. Bijwerkingen zijn: sufheid, meer drinken, toegenomen eetlust en een toename van het lichaamsgewicht. Bij een groot deel van de honden is een levenslange behandeling noodzakelijk.

Imepitoïne (Pexion®)

Deze tabletten dien je 2x daags toe. Het middel werkt na enkele dagen en er zijn minder controles via bloedonderzoek nodig. Dit middel werkt echter wel vaak minder sterk dan fenobarbital. Pexion® heeft minder bijwerkingen, omdat dit middel minder belastend is voor de lever. Bijwerkingen zijn: slingerende gang, meer drinken, toegenomen eetlust en een toename van het lichaamsgewicht.

Diazepam (Diazepam / Stesolid rectiole®, Valium®)

Diazepam wordt alleen gebruikt ten tijde van een aanval. Dit is een tube die rectaal (via de anus) wordt toegediend. Op deze manier is het veilig voor het baasje en wordt snel effect gezien. Diazepam is niet geschikt voor chronisch gebruik, aangezien het middel kort werk en er snel gewenning optreedt.

Overige middelen

De bovenstaande twee medicijnen worden het meeste voorgeschreven. Alternatieven zijn: kaliumbromide (Libromide®) en levetiracetam (Keppra®).

Belangrijk is om je te realiseren dat het doel van de behandeling zich richt op het minimaliseren van de aanvallen. Een hond met idiopathische epilepsie wordt namelijk zelden aanvalsvrij. In het geval van reactieve epilepsie is het mogelijk dat de behandeling tijdelijk noodzakelijk is, mits de onderliggende oorzaak bekend is en behandeld kan worden.

Kosten

De kosten voor het stellen van de diagnose en behandeling zijn per hond erg verschillend. In eerste instantie vindt meestal een bloedonderzoek plaats. De kosten voor een consult en bloedonderzoek liggen tussen de 15-300 euro. Indien een CT-scan of MRI-scan noodzakelijk is, komt hier ongeveer 800 euro bij. De kosten voor een behandeling en controles in het bloed hangen af van het soort medicijnen, de dosering van de medicatie en het gewicht van jouw hond.

Prognose

De prognose hangt af van het ras en de oorzaak van de epilepsie. In sommige gevallen is de prognose gereserveerd, zoals dit het geval is bij structurele epilepsie. Voor idiopathische epilepsie is de prognose gunstig. Een uitzondering hierop is de Border Collie en de Golden Retriever. De prognose voor deze rassen is minder goed dan voor andere rassen. Het doel van de behandeling is in alle gevallen gericht op de verbetering van de kwaliteit van het leven van de hond.

Wat moet je doen bij een aanval?

  1. Blijf rustig
  2. Houd de tijd bij
  3. Laat de hond zoveel mogelijk met rust. Een hond verslikt zich zelden in de tong, zoals je dat nog weleens ziet bij mensen. Kom in dit geval dus niet aan de bek.
  4. Verwijder voorwerpen waar je hond tegenaan kan botsen (tafel, stoel etc.)
  5. Creëer een prikkelarme omgeving (geluid uit, licht gedimd, gordijnen dicht)
  6. Maak indien mogelijk een filmpje. Dit is zeer informatief voor de dierenarts.
  7. Bel de dierenarts:
    – Als de aanval meer dan 2 minuten duurt
    – Meerdere aanvallen elkaar opvolgen
    – Bij honden jonger dan 1 jaar
  8. Blijf na de aanval in de buurt van de hond. De hond is meestal aanhankelijk en wil gerustgesteld worden door het baasje.

Conclusie

Bij epilepsie treedt een storing op van de hersenactiviteit. Bij bepaalde rassen komt epilepsie vaker voor. Een aanval uit zich op verschillende vormen. De meest bekende is de gegeneraliseerde aanval, waarbij typische krampen, klappertanden en urineren worden opgemerkt. De diagnose wordt gesteld met behulp van een bloedonderzoek en een MRI- of CT-scan van de kop. De behandeling bestaat uit (meestal) levenslange medicatie. Het niet adequaat behandelen van een ernstige aanval leidt tot onomkeerbare hersenschade. Het is dan ook belangrijk om tijdig in te grijpen. De prognose is van veel factoren afhankelijk. Als de aanvallen verminderen na medicatie, is de prognose goed.

blog

Interessant voor jou?

     lees meer over

    Overgeven bij de hond

      9 mei 2020
      lees meer over

      Giardia bij de hond 

      14 mei 2020
      lees meer over

      Loopsheid bij de hond

        18 mei 2020